Wie beslist bij dementie? Houd regie zo lang mogelijk

Een dochter wil dat haar moeder naar een verpleeghuis verhuist. Haar moeder wil thuisblijven, ook al vergeet zij het gas uit te zetten. De huisarts ziet risico’s, de zoon twijfelt en moeder zegt: „Ik bepaal dat zelf.” Wie beslist bij dementie is dan geen juridische vraag op afstand. Het gaat over veiligheid, vrijheid, familieverhoudingen en vooral over de vraag: wie ziet de mens nog achter het risico?

Het korte antwoord is: iemand met dementie beslist zelf, zolang die persoon de beslissing kan begrijpen en de gevolgen ervan kan overzien. Een diagnose dementie neemt het recht op eigen keuzes niet af. Ook niet als naasten zich zorgen maken of als een keuze onverstandig lijkt. Dat kan ongemakkelijk zijn, maar het is wel het uitgangspunt van menswaardige zorg.

Wie beslist bij dementie volgens de wet?

Bij beslissingen over zorg en behandeling geldt in Nederland de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, de WGBO. Die wet gaat uit van toestemming van de patiënt. Dementie betekent niet automatisch dat iemand wilsonbekwaam is. Bovendien is wilsonbekwaamheid nooit een etiket voor alles.

Iemand kan bijvoorbeeld prima begrijpen of hij fysiotherapie wil, maar niet meer overzien wat het tekenen van een ingewikkeld financieel contract betekent. Of iemand weet heel helder dat zij liever thuis doucht dan in een zorginstelling, terwijl het gesprek over de risico’s van zelfstandig wonen te veel informatie tegelijk vraagt. De vraag is dus steeds: kan deze persoon déze beslissing op dit moment begrijpen, afwegen en kenbaar maken?

De arts of andere zorgverlener beoordeelt dat bij een medische beslissing. Niet de familie. Een partner of kind kent iemand vaak het beste en is onmisbaar in het gesprek, maar krijgt daarmee niet vanzelf het recht om over te nemen. Goede zorgverleners nemen zorgen van naasten serieus én blijven rechtstreeks spreken met de persoon om wie het gaat. Ook wanneer woorden minder makkelijk komen.

Wilsbekwaam is geen alles-of-niets

Wilsbekwaamheid kan per onderwerp verschillen en in de tijd veranderen. Vermoeidheid, pijn, angst, een urineweginfectie, een drukke kamer of haast kunnen iemand tijdelijk veel minder helder maken. Plan een belangrijk gesprek daarom op een rustig moment. Gebruik gewone taal, geef informatie in kleine stukken en vraag niet alleen: „Begrijpt u het?” Vraag liever: „Kunt u mij vertellen wat u zelf van deze keuze vindt?”

Soms is een herhaald gesprek eerlijker dan één formeel gesprek waarin iemand onder druk moet antwoorden. Iemand kan ook een keuze duidelijk maken zonder ingewikkelde uitleg: door steeds naar huis te willen, zichtbaar op te leven bij een vertrouwde activiteit of juist angstig te worden van een voorstel. Dat is geen vervanging voor toestemming, maar wel informatie die ertoe doet.

Als iemand niet meer zelf kan beslissen

Kan iemand een medische beslissing niet meer overzien, dan treedt een vertegenwoordiger op. De vertegenwoordiger probeert niet te kiezen wat hij zelf het beste vindt. Hij vertegenwoordigt de wil, waarden en het levensverhaal van de persoon met dementie. Wat zou zij zelf hebben gewild toen zij deze situatie nog kon overzien?

De wettelijke volgorde is helder. Eerst komt een door de rechter benoemde curator of mentor. Daarna iemand die schriftelijk als vertegenwoordiger is aangewezen, bijvoorbeeld in een volmacht. Vervolgens de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel. Daarna kunnen een ouder, kind, broer of zus vertegenwoordiger zijn. Is er niemand beschikbaar, dan handelt de zorgverlener als goed hulpverlener en zoekt die zoveel mogelijk aansluiting bij de bekende wensen van de patiënt.

Die volgorde voorkomt niet altijd gedoe. In veel gezinnen zijn meerdere kinderen betrokken, soms met heel verschillende ideeën. Eén kind ziet vooral het valgevaar, een ander ziet hoe ongelukkig moeder wordt van elke verandering. Dat verschil hoeft geen strijd te worden. Begin niet met: „Wat vinden wij verstandig?” Begin met: „Wat was voor haar altijd wezenlijk?” Misschien was zelfstandigheid heilig. Misschien wilde zij juist nooit een belasting voor haar partner zijn. Beide antwoorden kunnen richting geven, zonder dat ze een kant-en-klaar besluit opleveren.

Vertegenwoordigen is niet de baas worden

Een vertegenwoordiger mag niet naar eigen voorkeur beslissen omdat dat handiger is voor de familie, het zorgteam of de planning. Natuurlijk tellen praktische grenzen mee. Een uitgeputte partner kan niet onbeperkt alle zorg thuis blijven dragen. Veiligheid is reëel. Maar het leven van iemand met dementie mag niet gereduceerd worden tot een risicoanalyse.

Soms is de beste keuze niet de meest veilige keuze op papier, maar de keuze met de meeste herkenning, rust en betekenis. Thuis blijven kan bijvoorbeeld mogelijk zijn met een kookbeveiliging, vaste ondersteuning, een daginvulling buitenshuis of een buur die elke avond even binnenloopt. Soms is verhuizen alsnog nodig, omdat de onrust, het gevaar of de overbelasting te groot wordt. Dan maakt de manier waarop u verhuist verschil: vertrouwde spullen, een rustig tempo, bekende gezichten en ruimte voor verdriet én opluchting.

Beslissen over geld, wonen en zorg: regel het op tijd

Medische zorg, geldzaken en wonen lopen vaak door elkaar, maar vragen soms om een andere regeling. Iemand die zorginhoudelijk niet alles meer kan overzien, kan mogelijk nog heel goed bepalen wie boodschappen doet of welke jas hij aantrekt.

Zolang iemand wilsbekwaam is, kan hij of zij een volmacht regelen voor financiële zaken. Vaak gebeurt dat in een levenstestament bij de notaris. Daarin kan ook staan wie namens iemand mag handelen en welke wensen er zijn over wonen, verzorging of overleg met artsen. Voor medische vertegenwoordiging kan iemand daarnaast schriftelijk vastleggen wie namens hem of haar spreekt als dat later nodig is.

Als niets is geregeld en iemand kan financiële zaken niet meer beheren, kan de rechter bewind instellen. Voor persoonlijke belangen en zorgbeslissingen kan mentorschap passend zijn. Curatele is ingrijpender en is bedoeld voor situaties waarin bescherming op meerdere terreinen nodig is. Deze woorden klinken groot en formeel. Toch kan een tijdig gesprek hierover juist rust geven. Niet omdat u iemand zijn regie afneemt, maar omdat u voorkomt dat familie in een crisissituatie moet raden.

Leg ook wensen vast die niet juridisch ingewikkeld zijn. Wie moet er gebeld worden? Wat geeft rust bij onrust? Welke muziek hoort bij iemand? Is er een geloof, ritueel, huisdier of dagelijkse gewoonte die nooit als onbelangrijk mag worden gezien? Juist die kennis helpt wanneer grote woorden niet meer beschikbaar zijn.

Vrijheid en veiligheid vragen om maatwerk

Wanneer iemand met dementie wegloopt, medicijnen weigert of agressief reageert, voelen naasten vaak druk om snel in te grijpen. Toch mag zorg niet zomaar worden opgelegd. Bij onvrijwillige zorg geldt de Wet zorg en dwang. Die wet is bedoeld om vrijheid zo veel mogelijk te beschermen en onvrijwillige zorg alleen te gebruiken als er sprake is van ernstig nadeel en minder ingrijpende oplossingen niet werken.

Een vertegenwoordiger kan dus niet eenvoudig zeggen: „Doe maar een bedhek” of „Hij mag niet meer naar buiten.” Ook een zorgorganisatie mag dat niet zomaar beslissen. Eerst moet worden gezocht naar de oorzaak en naar alternatieven. Loopt iemand weg omdat hij naar zijn oude werk denkt te moeten? Dan helpt een gesloten deur misschien op korte termijn, maar een vast loopmoment, herkenbare taken of begeleiding naar buiten kan menselijker en effectiever zijn.

Er zijn situaties waarin begrenzen noodzakelijk is. Dat vraagt geen schuldgevoel, maar zorgvuldigheid. Bespreek wat er gebeurt, wie het besluit neemt, welk doel het heeft en wanneer opnieuw wordt gekeken of het nog nodig is. Tijdelijk moet ook werkelijk tijdelijk blijven.

Zo voert u een gesprek dat ruimte laat

Wacht niet tot de crisis. Kies een kalm moment en vertel waarom u het onderwerp aansnijdt: omdat u iemands eigen wensen wilt kennen, niet omdat u alles wilt overnemen. Stel één vraag tegelijk. Geef tijd. Stiltes zijn geen mislukking.

Bespreek bijvoorbeeld waar iemand zich veilig voelt, wat absoluut niet gewenst is en wie er mag meedenken als dat later nodig wordt. Schrijf kernwoorden op en deel die alleen met mensen die betrokken moeten zijn. Bij verschil van mening kan een onafhankelijke cliëntondersteuner, casemanager dementie, huisarts of gespreksbegeleider helpen om het gesprek weer over de persoon te laten gaan.

Voor professionals geldt hetzelfde. Een familie die steeds belt, is niet per definitie lastig. Vaak zit daar angst, schuld of onmacht onder. En een cliënt die „nee” zegt, is niet per definitie onbegrepen of onwillig. Misschien is de vraag te groot, het moment verkeerd of de oplossing niet passend bij zijn leven.

Regie bij dementie zit niet alleen in handtekeningen en wettelijke vertegenwoordiging. Regie zit ook in de keuze voor eigen sokken, in het tempo van de ochtend, in gehoord worden wanneer woorden zoekraken. Blijf daarom vragen: wat is hier voor deze mens nog mogelijk? Daar begint zorgvuldig beslissen.

0
0
Jouw mandje
Jouw mandje is leegTerug naar de winkel